Klik hier om dit bestand in zijn geheel te downloaden. (U heeft Acrobat Reader nodig om het te bekijken)

Handleiding Gewis online

 

 

·          Algemene toelichting Gewis

 

·          Gebruiksaanwijzing

 

·          Advies opvragen

·          Advies presentatie

·          Middelinformatie

·          Milieumeetlat

·          Gewassen kiezen

·          Middelen kiezen

·          Online weer

 

·          Uitleg werking en achtergronden Gewis

 

·          Processen

·          Middeleigenschappen

·          Effect berekening

·          Presentatie van het eindeffect

·          Dosering

·          Gebruik en interpretatie in de praktijk

·          Resultaten

·          Verantwoording en beperkingen

 

·          Bijlage Procesbeschrijvingen

 

 

Algemene toelichting Gewis

 

De afkorting Gewis staat voor "Gewasbescherming En Weer Informatie Systeem".

 

Het is bekend dat er een sterke relatie bestaat tussen het weer en het effect van bestrijdingsmiddelen. De weersomstandigheden rondom het moment van de bespuiting kunnen het verschil bepalen tussen een geslaagde en een mislukte bespuiting. Gewis brengt u deze relatie voor u in beeld. Hiertoe wordt per werkzame stof van een bestrijdingsmiddel het relatieve effect van de toepassing berekend. Het soort middel (b.v. blad- of bodemtoepassing), de formulering en aard van de werkzame stof zijn hierbij van belang. Het effect van de bespuiting wordt voor de periode van 5 dagen in een grafiek weergegeven. Zo kunt u in één oogopslag zien wanneer het beste moment is om een bespuiting uit te voeren.

 

Doel van het gebruik van het programma is het voorkomen van mislukte bespuitingen of schade in het cultuurgewas als gevolg van de toepassing van een middel onder ongeschikte weersomstandigheden. Voor bepaalde middelen adviseert Gewis een doseringsverlaging als de omstandigheden dat mogelijk maken.

 

Weerstation

 

Het weerstation meet continu het microklimaat in het gewas en registreert de waarden per uur. Gewas- en bodemtemperatuur, luchtvochtigheid in het gewas, neerslag en windsnelheid in de afgelopen dagen zijn van grote invloed op de toestand waarin de plant verkeert tijdens het spuiten (afgehard of niet afgehard, blad droog of nat etc.).

 

Weersverwachting

 

Gewis is automatisch gekoppeld aan het landbouwweerbericht voor uw regio. Met deze gegevens kan een inschatting gemaakt worden of aan de weervoorwaarden voor een effectieve toepassing van het middel voldaan wordt in de dagen na toepassing. Hierbij moet gedacht worden aan een buitje na toepassing van een bodemherbicide, groeizaam weer in de dagen na toepassing van een groeistof, of voldoende hechting bij toepassing van een contactfungicide.

 

 


Presentatie van het effect

 

Gewis berekent het relatieve effect van een bespuiting per werkzame stof van het middel. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt dat verschillende werkzame stoffen in een middel vaak niet dezelfde eisen aan het weerbeeld stellen om optimaal te kunnen werken.

 

Het effect van een werkzame stof wordt weergegeven in een grafiek over de periode van eergisteren t/m overmorgen. Per uur kan hierin afgelezen worden of de omstandigheden gunstig, gemiddeld of ongunstig zijn. U krijgt zo op een eenvoudige wijze inzicht in de weersomstandigheden. Bespuitingen onder ongunstige omstandigheden, met als gevolg een onvoldoende effect van het middel of zelfs gewasschade, kunnen dus vermeden worden. Afhankelijk van het middel kan bij gunstige weers-omstandigheden ook een doseringsverlaging geadviseerd worden.

 

 

Gebruiksaanwijzing

 

Advies opvragen

 

Stap 1 Gewas kiezen

 

Kies in blok 1 het gewas waarvoor u een spuitadvies wilt opvragen. U ziet een lijst gewassen, zoals u deze zelf kunt samenstellen uit de totale lijst gewassen (zie optie “Gewassen kiezen”).

 

Stap 2 Middeltype kiezen

 

Kies het middeltype: herbicide, insecticide, fungicide, doodspuitmiddel, groeiregulator of acaricide.

 

Stap 3 Datum kiezen

 

Normaal gesproken zult u een advies opvragen voor “Vandaag”. U ziet dan het Gewis advies voor vandaag t/m overmorgen, en op basis daarvan kunt u uw beslissingen nemen ten aanzien van spuittijdstip en dosering. U kunt Gewis echter ook gebruiken om terug te kijken naar een bespuiting die u al uitgevoerd hebt, b.v. gisteren of eergisteren.

 

Stap 4 Kiezen middelenlijst

 

U heeft de keuze tussen uw “eigen lijst” (zie optie “Middelen kiezen”) of uit de complete lijst (alle toegelaten middelen in het gekozen gewas).

 

Stap 5 Kiezen middel

 

Overeenkomstig de keuzen die u gemaakt heeft in stap 1 t/m 4, verschijnt de lijst middelen in het blok rechtsboven. Selecteer in de lijst het middel waarvoor u advies wilt opvragen.

 

Stap 6 Advies

 

            Voor het gekozen middel kunt u doorgaan naar:

 

-          Gewis

-          Milieumeetlat

-          Middelinformatie

 

Normaal gesproken zult u een Gewis advies willen bekijken en die optie kiezen. U kunt dit keuzescherm met de 6 stappen echter ook gebruiken om snel middelen te selecteren waarvoor u de Milieumeetlat (milieubelastingspunten) wilt bekijken of de Middelinformatie (etikettekst: gebruiksaanwijzing, wettelijke voorschriften e.d.).

 

 

Nadat u een middel hebt gekozen en doorgaat naar het Gewis advies, kan eerst nog een tussenscherm verschijnen met de vraag om welk type toepassing het gaat. Dit is aan de orde bij bijvoorbeeld herbiciden die als bodemherbicide ingezet worden (bodemwerking) maar ook na opkomst in een LDS systeem (contactwerking). De soort toepassing is natuurlijk sterk van invloed op de gewenste weersomstandigheden, en dus de processen die een rol spelen.

 

 


Advies presentatie

 

Belangrijkste onderdeel van het adviesscherm is de bovenste grafiek waarin het door Gewis berekende effect van de bespuiting wordt weergegeven. De grafiek loopt van eergisteren t/m overmorgen. Per uur ziet u het effect op een schaal tussen 0 en 2. Hoe hoger de score hoe beter het voorspelde effect van de bespuiting:

 

·          Een score rond 1.0 wordt weergegeven in geel en u moet deze interpreteren als "normale" of "gemiddelde" omstandigheden: u mag een gemiddeld effect van de bespuiting verwachten en de normale dosering is nodig.

 

·          Een lage score (rood) betekent relatief matige of slechte omstandigheden. Lang niet altijd zal dit betekenen dat de bespuiting geen enkel effect zal hebben. Er zijn situaties waarin een hele periode lage scores laat zien en u toch de bespuiting niet kunt uitstellen, b.v. omdat het onkruid anders te groot wordt, er direkt gespoten moet worden voor luizen, of het gewasstadium de toepassing van een groeiregulator vereist. Als het enigszins kan en de werkplanning laat het toe, moet u natuurlijk wel proberen het spuiten in een rode periode te vermijden. Vaak is het ook zinvol om te kijken of er wellicht andere middelen zijn die qua formulering, werkzame stof of werkingsprincipe beter passen bij die omstandigheden (en dus beter scoren).

 

·          Een score in het groen betekent beter dan gemiddelde omstandigheden. Het advies is natuurlijk te proberen uw bespuitingen in die perioden uit te voeren. De kans op een goed effect is dan het grootst. Bij sommige middelen kan het betekenen dat een doseringsverlaging mogelijk is (zie onder).

 

Omdat vereiste weersomstandigheden en dus het effect behoorlijk kunnen verschillen, wordt de effectgrafiek altijd per werkzame stof gegeven. Als het een middel betreft met meerdere stoffen, ziet u linksboven de grafiek een tabblad per werkzame stof. Door op de tabbladen te klikken, kunt u de verschillende grafieken bekijken. Via de knop "Allemaal" krijgt u de effectgrafieken onder elkaar in één scherm.

 

Op de onderste helft van het scherm ziet u als eerste de grafiek met de neerslag en de windsnelheid. De linkerhelft van de schaal (verleden) betreft de gemeten waarden van het weerstation, en de rechterhelft van de schaal (toekomst) betreft de verwachting. Voor zover wind en regen een invloed hebben op de werking van een middel, zijn ze natuurlijk al meeberekend in het effect. Echter, wind en regen hebben ook een direkte invloed op de technische uitvoering van de bespuiting. Spuiten bij teveel wind of tijdens regen is natuurlijk nooit raadzaam. De (chemische) werking zou eventueel wel goed kunnen zijn, maar de uitvoering (verdeling, drift) is het probleem.

 

Als het een middel betreft waarbij onder ideale omstandigheden een doseringsverlaging mogelijk is, ziet u ook een tabblad "Dosering". Door hierop te klikken ziet u de doseringsgrafiek. Conform het voorspelde effect ziet u welke dosering daarbij mogelijk is. Het advies wordt gegeven op een schaal tussen 0 en 100%. Bedenk goed dat dit een relatieve dosering betreft, dus een percentage van de gebruikelijke dosering voor de betreffende toepassing. Als bijvoorbeeld bij een herbicide gegeven de soort en grootte van de onkruiden, een dosering van 0.5 liter/ha gebruikelijk is, en Gewis geeft een doseringsadvies van 70%, dan kunt u dus overwegen te volstaan met 70% van 0.5 = 0.35 liter/ha.

 

Verder ziet u tabbladen die verwijzen naar de verschillende processen die een rol spelen bij de werking van het middel, bijvoorbeeld "Opname", "Bladhuidontwikkeling", "Hechting". Afhankelijk van het middel selecteert Gewis de relevante processen. Per proces wordt aan de hand van de weersgegevens berekend of het proces goed of slecht scoort. Via de tabbladen kunt u de grafische weergave per proces bekijken:

 

·          Er wordt vermeld in hoeverre het proces van belang is. Hoe groter het belang hoe zwaarder dit proces (deeleffect) zal meewegen in het uiteindelijke advies (totaaleffect). Een groot belang is vaak duidelijk te zien doordat de grafiek van het proces veel overeenkomst vertoont met de effectgrafiek erboven.

 

·          De staafjes in de grafiek geven de processcore aan, welke u kunt relateren aan de staafjes in de effectgrafiek. Ook is een blauwe lijn zichtbaar als weergave van de uurlijkse omstandigheden weer. Soms lopen score en omstandigheden vrijwel parallel; dat wijst erop dat voor de werking van het middel eigenlijk alleen de omstandigheden tijdens de bespuiting een rol spelen. Bij sommige processen echter zult u zien dat de blauwe lijn (omstandigheden) en de staafjes (score) nogal verschillend reageren. Dit zijn dan processen waarbij naar een langere periode gekeken wordt. Een goed voorbeeld is Bladhuidontwikkeling (waslaag): dit wordt bepaald door het weer in de afgelopen dagen, en de score reageert dus vertraagd op de uurlijkse omstandigheden.

 

 

Onderaan de pagina vindt u nog nadere tekstuele informatie over de toepassing van het middel: de maximaal mogelijke doseringsverlaging (onder perfecte omstandigheden) en toelichting ten aanzien van het gebruik van olie en uitvloeiers.

 

 


Middelinformatie

 

In de rechterbenedenhoek van het scherm ziet u een tabblad/knop "Middelinformatie". Door hierop te klikken roept u een scherm op met daarin nadere informatie van het betreffende middel (zoals op het etiket): toelatingsnummer, toelatingshouder, gevaarcode, exacte inhoud, gebruiksaanwijzing, wettelijk voorschrift e.d.. Hetzelfde informatiescherm is ook oproepbaar vanuit het openingsscherm waar u het middel selecteert.

 

 

Milieumeetlat

 

Rechtsonder via tabblad/knop "Milieu Meetlat" kunt u de Milieumeetlat gegevens van het middel bekijken. U ziet de milieubelastingspunten voor de 3 categorieen: waterleven, bodemleven en grondwater. Bij opening van het scherm staan standaard-instellingen ingevuld voor dosering, drift, organische stof gehalte van de grond en periode van het jaar. Door deze aan te passen aan uw werkelijke situatie, berekent u de milieubelastingspunten voor de betreffende bespuiting. Het scherm met Milieumeetlat informatie is ook op te roepen vanuit het openingsscherm waar u het middel selecteert.

 

 

Gewassen kiezen

 

Via het tabblad "Gewassen kiezen" komt u op een invulformulier met de lijst gewassen. U kunt hier die gewassen aanvinken die u teelt op uw bedrijf en waarvoor u Gewis adviezen wilt bekijken. Klik op de knop "Opslaan" om uw selectie ook daadwerkelijk te bewaren.

 

 

Middelen kiezen

 

Via het tabblad "Middelen kiezen" kunt u uw eigen middelenlijst aanleggen. Als u bovenaan het scherm op een bepaalde letter klikt, verschijnt een invulformulier met alle middelen waarvan de naam met die letter begint. Klik de middelen aan die u wilt gebruiken en klik op "Opslaan" om de selectie ook daadwerkelijk te bewaren.

Het is zeker raadzaam om een keer enige tijd te besteden aan het aanleggen van uw eigen middelenlijst. Van de in totaal honderden middelen zult u er meestal maar zo'n 20 a 30 gebruiken. Door die middelen in uw eigen lijst op te nemen, kunt u gemakkelijker adviezen opvragen want er verschijnen veel kortere keuzelijsten middelen.

 

 

Regio's

 

Op basis van uw woonplaats wordt u aangesloten op het dichtstbijzijnde weerstation. Op dit tabblad kunt u de namen/locaties zien van alle weerstations in Nederland. Mocht een ander station beter geschikt zijn voor uw situatie, dan kunt u door te klikken op dat station automatisch een e-mail naar Opticrop sturen met het verzoek om van weerstation te veranderen.

 

U kunt ook van meerdere weerstations de Gewis gegevens ontvangen. Neem in dat geval even contact op met Opticrop.

 

 

Online weer

 

Via het laatste tabblad "Online weer" schakelt u door naar de Opticrop online weermodule. Deze heeft de volgende onderdelen: Algemeen (landelijk weeroverzicht), Verwachting (gedetailleerd weerbericht voor uw eigen gebied), Weerstation (alle meetgegevens van het weerstation) en Radarbeelden (actuele en verwachte neerslagbeelden). Voor meer informatie kunt u kijken op het tabblad "Toelichting" van deze module.

 

 


Uitleg werking en achtergronden Gewis

 

 

Processen

 

Om de relatie tussen middeleigenschappen en weersomstandigheden in kaart te brengen, zijn voor Gewis ca. 20 zogenaamde "processen" gedefinieerd. Deze processen beschrijven bijvoorbeeld de toestand van de plant (gewas en/of onkruid), de bodem, of de rechstreeks invloed van bijvoorbeeld temperatuur op de chemische werking.

 

In de bijlage aan het eind worden alle processen toegelicht. Hier wordt volstaan met een voorbeeld: "Opname in blad". Dit proces beschrijft hoe het bestrijdingsmiddel (nadat het op het blad terecht is gekomen en de spuitvloeistof is verdampt) wordt opgenomen in het blad. Dit is een typisch voorbeeld van een heel sterk weersafhankelijk proces. Bij ideale omstandigheden wordt 80 tot 100% van het middel binnen korte tijd opgenomen. Onder matige omstandigheden gaat de opname traag. Al het middel dat nog niet is opgenomen maar nog aan de buitenkant van het blad zit, staat bloot aan zonlicht en dus afbraak. Alles wat na ca. 6 uur nog niet opgenomen is, mag als verloren worden beschouwd. Het resultaat is dat misschien maar 40% van het middel dat op het blad is terechtgekomen ook daadwerkelijk opgenomen wordt. Dit voorbeeld geeft ook al direkt aan waarom het soms onder ideale omstandigheden mogelijk is voor sommige middelen naar een doseringsverlaging van 50% te gaan.

 

Gewis rekent alle processen door aan de hand van de weersomstandigheden (luchttemperatuur in het gewas, bodemtemperatuur, relatieve luchtvochtigheid, neerslag, straling, verdamping etc.). Per uur wordt uitgerekend of de omstandigheden voor het proces goed of slecht zijn. Deze omstandigheden per uur ziet u terug als de blauwe lijn in de grafieken per proces.

 

Vervolgens berekent Gewis per uur een zogenaamde "processcore". Net als bij het eindeffect van een bespuiting, is deze score een relatief getal en uitgedrukt op een willekeurige schaal. Het gaat ook hier om het onderscheid tussen goed en slecht. Belangrijk is dat u zich realiseert dat de processcore niet hetzelfde is als de uurlijkse omstandigheden. Om de processcore te berekenen wordt namelijk niet 1 uur maar meestal een hele periode in ogenschouw genomen. Bijvoorbeeld voor het proces "Opname in blad" wordt gekeken naar een periode van ca. 6 uur die begint na het opgedroogd zijn van de spuitvloeistof. De processcore voor een bespuiting om 14:00 wordt dus bepaald door de (gemiddelde) omstandigheden van b.v. 15:00 t/m 21:00.

 

Een ander voorbeeld voor het proces "Transport naar wortels". Dit proces beschrijft een gedeelte van de werking van bodemherbiciden. Het middel komt terecht op het bodemoppervlak. Vervolgens moet het zich door de bodem verspreiden naar de wortels van de onkruiden die het moeten opnemen. Vochtige omstandigheden bevorderen dit proces. Een vochtige toplaag en/of een beetje neerslag zijn dus gunstig. Als het téveel regent, spoelen de middelen té diep uit en komen buiten bereik van de onkruiden. Voor dit proces wordt 72 uur (3 dagen) vooruit gekeken. Als u spuit op een moment dat de bodem heel erg droog is, zijn de omstandigheden op het uur van spuiten dus slecht voor dit proces. Maar als er later die dag of de andere dag wat regen wordt verwacht, geeft het proces toch een goede score.

 

 

Middeleigenschappen

 

Elk bestrijdingsmiddel heeft specifieke kenmerken, afhankelijk van o.a. het type middel, de werkzame stof, werkingsprincipe, formulering e.d.. Deze kenmerken bepalen onder welke weersomstandigheden een middel goed kan werken, oftewel welke processen een rol spelen.

 

Een aantal voorbeelden:

 

·          Middelen op oliebasis (EC formuleringen) dringen veel makkelijker door de bladhuid (waslaag) heen dan die op waterbasis. In Gewis is dit te zien doordat voor middelen met een EC formulering niet gekeken wordt naar de processen "Bladhuidontwikkeling" en "Hydratie", terwijl deze processen juist een belangrijke rol spelen voor de niet-EC formuleringen (waterbasis).

 

·          Bij fungiciden bijvoorbeeld is er onderscheid tussen typen middelen. Enerzijds de contactfungiciden. Deze worden niet opgenomen maar moeten goed verdeeld aan de buitenkant van het blad zitten. Voor een goede verdeling is het van belang te spuiten op een droog gewas (proces "Bladdroog") en voor duurwerking is het van belang dat het middel goed gehecht is (proces "Hechting"). Anderzijds de systemische fungiciden. Deze moeten juist niet aan de buitenkant blijven, maar zoveel mogelijk opgenomen worden in de plant én vervolgens getransporteerd in de plant. Voor deze middelen gaat het dus vooral om de processen "Opname" en "Transport".

 


Dit is een goed voorbeeld van de invloed van weersomstandigheden. Voor een contactfungicide is warm en droog weer met veel straling prima. De spuitvloeistof droogt snel op en het middel zal snel en goed hechten aan het bladoppervlak. Bij hetzelfde "scherpe" weertype kan het effect van systemische fungiciden juist tegenvallen. De opname is traag en door de warmte en de straling gaat al veel middel verloren (verdamping, afbraak) voordat het opgenomen kan worden. De chemische eigenschappen van de werkzame stof spelen hier ook een rol. Een middel wat weinig gevoelig is voor verdamping en direkte afbraak, zal de avond/nacht volgend op de bespuiting alsnog grotendeels kunnen worden opgenomen.

 

·          Het werkingsprincipe speelt bijvoorbeeld een rol bij herbiciden. Onkruidbestrijdingsmiddelen verschillen in "aangrijpingspunt", bijvoorbeeld de groei (groeistoffen), de fotosynthese (fotosynthese-remmers), de vetzuursynthese, kiem- en celdeling etc.. In het algemeen geldt dat hoe beter het betreffende plant-proces verloopt, hoe groter het effect van het middel is. Een fotosynthese-remmer zal maximaal effect hebben bij een hoge foto-synthese snelheid in de plant.

 

·          De aard en (chemische) eigenschappen van de werkzame stof spelen op veel punten een rol. De ene stof wordt bijvoorbeeld gemakkelijker/sneller opgenomen dan de andere. Sommige stoffen verdampen snel en andere juist niet. De chemische werking is vaak temperatuurafhankelijk. Een lage of hoge temperatuur (van lucht of bodem) heeft dus vaak een heel direkte invloed op het effect.

 

 

Effect berekening

 

In Gewis is de relatie tussen weer en middeleigenschappen in kaart gebracht door per middel (stof) aan te geven welke processen een rol spelen en hoe groot het belang is van die processen. Vervolgens kan rekenkundig bepaald worden wat het eindeffect is van de bespuiting. Belangrijke processen tellen zwaarder mee dan minder belangrijke processen.

 

U kunt het zien als "de zwakste schakel bepaalt de sterkte van de ketting". Bijvoorbeeld voor een groeistof zijn de processen "Opname", "Transport" en "Groei" van belang. Als transport in de plant prima verloopt en de plant groeit goed, scoren die processen optimaal (100%). Maar als maar de helft van het middel opgenomen kan worden, is het eindresultaat hoogstens 50%.

 

Middelen worden door de fabrikant zo gemaakt en geformuleerd dat ze in een vrij breed gebied van omstandigheden een voldoende goed effect hebben. Daarin zit ingecalculeerd dat niet alle processen (schakels van de ketting) even perfect verlopen. Gewis loopt al die schakels stuk voor stuk na. Als er processen zijn die echt slecht scoren, betekent dat een slecht eindeffect (een rode score in de adviesgrafiek). Andersom, als alle processen juist optimaal scoren (beter dan gemiddeld) mag een heel goed eindresultaat verwacht worden.

 

 

Presentatie van het eindeffect

 

Het berekende eindeffect van een bespuiting wordt in de adviesgrafiek weergegeven per uur. In de interpretatie van de grafiek dient u goed rekening te houden met een aantal zaken:

 

·          De schaal is relatief, en er is voor gekozen om het eindeffect tussen 0 en 2 weer te geven. Een gemiddelde score (rond de 1) komt overeen met "normale" omstandigheden. Dit is het traject waar het middel op ontworpen is: met een normale dosering mag je hier een voldoende tot goed effect verwachten. Een score richting 2 betekent dat Gewis alle van belang zijnde processen als bovengemiddeld heeft ingeschat. Het middel zal dus heel efficient en effectief kunnen werken. Afhankelijk van de soort bespuiting betekent dit een heel goed eindresultaat of de mogelijkheid om met minder middel toch een voldoende resultaat te behalen.

 

·          Het "tijdseffect" is door Gewis al volledig verrekend. Soms wordt ten onrechte geredeneerd dat het "het beste is om helemaal aan het begin (of zelfs net voor) een groene periode te spuiten, want dan pak je alle gunstige omstandigheden mee". Dit is dus niet correct, want Gewis heeft zelf al via de processen vooruit of achteruit gekeken.

 

·          Een lage score (of zelfs nul) wil lang niet altijd zeggen dat de bespuiting geen enkel effect zal hebben. Als het hoog tijd is voor de bespuiting of de werkplanning laat het niet toe de optimale momenten te kiezen, dan zult u gewoon moeten spuiten in een "rode periode". Waar uitstellen van de bespuiting soms niet verstandig is, kan het wel raadzaam zijn eens te kijken of wellicht een ander middel beter scoort. Bijvoorbeeld bij schrale omstandigheden (dikke waslaag) kiezen voor een EC-formulering (of toevoeging van olie overwegen).

 

 


Dosering

 

Alvorens in te gaan op de doseringsadviezen van Gewis zijn een aantal zaken van belang:

 

·          Altijd dient voorop te staan dat u gewasbeschermingsmiddelen binnen de wettelijke voorschriften toepast. Raadpleeg dus het etiket en hou u aan de aanwijzingen.

 

·          De absolute dosering (hoeveel kg of liter per ha) dient u zelf te bepalen op basis van de situatie. Bijvoorbeeld bij een onkruidbestrijding bepalen de aanwezige onkruiden en hoe groot ze zijn, hoeveel u van een middel of middelcombinatie nodig heeft. Bij een fungicide zal de de ziektedruk of de aanwezigheid van aantasting de dosering bepalen. Raseigenschappen en gewasstand zijn van invloed op de benodigde dosering van groeiregulatoren. Gewis geeft alleen een advies voor de relatieve dosering. De onkruidsituatie bepaalt dus bijvoorbeeld of 0.5 liter genoeg is, of dat het 1.0 liter zou moeten zijn. Als Gewis de omstandigheden ideaal acht en aangeeft dat 70% van de dosering volstaat, dan betekent dat dus respectievelijk 0.35 en 0.70.

 

·          Bij een behoorlijk aantal middelen of bespuitingen is een doseringsverlaging nooit raadzaam. Dit geldt bijvoorbeeld voor nogal wat fungiciden in verband met de kans op resistentie-ontwikkeling.

 

·          Doseringsverlagingen nooit toepassen als u niet zeker bent van een goede technische uitvoering van de bespuiting! Juist bij een verlaagde dosering is het essentieel dat de spuittechniek helemaal in orde is, dat er netjes gewerkt wordt en een goede verdeling wordt bereikt.

 

 

Zoals hierboven toegelicht gaat Gewis uit van de veronderstelling dat middelen zodanig zijn ontwerpen, geformuleerd en getest dat ze onder een vrij breed scala van omstandigheden een voldoende of goed resultaat geven. Als echter alle processen een hoge score geven, betekent het dat alle voorwaarden ideaal zijn. Dit kan twee kanten op werken. Enerzijds kan een normale dosering dus een heel goed resultaat geven, bijvoorbeeld een (bijna) 100% bestrijding van alle luizen of alle onkruiden. Anderzijds kan het ook betekenen dat het gewenste resultaat ook al bereikt kan worden met minder middel, dus een lagere dosering dan onder gemiddelde omstandigheden nodig is.

 

U kunt het ook zo zien dat in de normale dosering rekening wordt gehouden met sub-optimale omstandigheden. De etiketdosering van een systemisch werkende herbicide is bijvoorbeeld 1 liter/ha. Gemiddeld wordt b.v. 75% van het middel opgenomen en treedt ook nog eens b.v. 25% "verlies" op doordat het middel niet volledig optimaal wordt getransporteerd in de onkruidplant en niet volledig optimaal de groei van het onkruid verstoort. In totaal betekent dit een "verlies" van 50%. Oftewel: als 0.5 liter/ha effectief nodig is, betekent dat een normale dosering van 1.0 liter/ha. Als Gewis echter inschat dat het proces "Opname" perfect verloopt (100% opname), dan betekent dat daar geen verliespost is. Een dosering van 0.75 liter/ha zou dan volstaan. Als de andere verliesposten (transport en groei) ook nog eens achterwege blijven, dan zou in theorie een dosering van 0.5 liter/ha volstaan. Zo is het mogelijk dat onder ideale omstandigheden Gewis voor sommige middelen een 50% dosering adviseert.

 

Per middel is in Gewis een maximale doseringsverlaging vastgelegd. Waar voor sommige middelen nooit minder dan b.v. 80% van de normale dosering wordt geadviseerd, kan het voor andere middelen tot b.v. 50% gaan. Behalve de eigenschappen van het middel, hangt dit vooral af van praktijkervaringen en onderzoek aan doseringsverlagingen met het betreffende middel. Pas als van een middel duidelijk is aangetoond dat soms kan worden volstaan met een halve dosering, zal Gewis onder ideale omstandigheden zover teruggaan.

 

 


Gebruik en interpretatie in de praktijk

 

Gewis is een uniek adviesprogramma waarin heel veel kennis van weer en bestrijdingsmiddelen zit opgeslagen. Het is en blijft altijd een advies, en nooit een recept! Alleen in combinatie met uw eigen vakmanschap kan Gewis tot waarde komen. En u blijft vanzelfsprekend altijd zelf verantwoordelijk voor uw beslissingen en de uitvoering daarvan. Onderstaand enkele richtlijnen en opmerkingen bij gebruik van Gewis in de praktijk:

 

·          Eerste doelstelling van Gewis is het zoveel mogelijk zien te voorkomen van mislukte of slecht geslaagde bespuitingen. Opnieuw moeten spuiten kost altijd meer dan een doseringsverlaging oplevert. Het devies is derhalve om zoveel mogelijk te proberen in het "groen" te spuiten. Gewis wordt dan in de praktijk ook heel veel gebruikt als "controle": men heeft bepaalde bespuitingen gepland, kijkt naar de Gewis adviezen en doet vervolgens (kleine) bijstellingen.

 

·          Naast het effect op onkruid, schimmel of insect, is het voorkomen van gewasschade bij veel bespuitingen erg belangrijk. Dit geldt natuurlijk vooral bij de onkruidbestrijding. Hou er goed rekening mee dat als de omstandigheden ideaal zijn om het onkruid dood te krijgen, ook uw gewas in het algemeen gevoeliger is. Bij LDS bespuitingen over het gewas geldt vaak dat het gewas eigenlijk niet tegen het betreffende middel kan, maar door de lage dosering er doorgaans weinig hinder van ondervindt. Bij "ideale" omstandigheden voor de onkruidbestrijding kan echter het effect op het cultuurgewas ook groter zijn. Dit kan dan aanleiding zijn de bespuiting juist niet te doen, of zeker de aanbevolen doseringsverlaging te volgen.

 

·          Gewis geeft de adviesgrafiek t/m overmorgen. Als er goede (groene) omstandigheden in het vooruitzicht liggen kan dat aanleiding zijn de bespuiting niet vandaag te doen, maar uit te stellen naar morgen of overmorgen. Het is natuurlijk aan u zelf om daar gepast mee om te gaan. Sommige bespuitingen dulden geen uitstel vanwege b.v. de onkruidsituatie, en het moet wel passen in uw werkplanning.

 

·          Hoewel het toelatingsbeleid daar niet aan bijdraagt, is het toch nog zo dat voor veel bespuitingen meerdere middelen of middelencombinaties mogelijk zijn. Nog té vaak wordt alleen naar de werkzaamheid volgens het boekje gekeken, of gehandeld volgens gewoonten. Als het middel wat normaal gesproken het beste werkt of het middel wat u gewend bent te spuiten, volgens Gewis maar matig effectief zal zijn, is het verstandig eens de adviezen te bekijken voor alternatieve middelen. Onder specifieke weersomstandigheden kunnen andere middelen (die normaal niet de eerste voorkeur hebben) wel eens beter geschikt zijn.

 

·          Lang niet altijd en voor elke teler is het mogelijk te optimaliseren, in de zin van het uitkiezen van ideale omstandigheden voor het spuitwerk. Zeker als er een groot areaal in korte tijd bespoten moet worden, er veel verschillende percelen op afstand zijn, op 1 dag veel verschillende soorten bespuitingen uitgevoerd moeten worden, er veel ander werk is etc.. Onmiskenbaar is het zo dat het grootste rendement uit de Gewis adviezen gehaald kan worden op een niet al te groot bedrijf met een hoge spuitcapaciteit, ideale verkaveling, spuitpaden enzovoort. Hoe meer ruimte er is om met bespuitingen te "schuiven" hoe beter de mogelijkheden voor optimalisatie. Natuurlijk valt dit niet altijd te kiezen, maar het is goed u te realiseren welk rendement hiermee mogelijk is.

 

Anderzijds is het zo dat grote bedrijven met een groot areaal en veel spuitwerk (ook loonwerkers) weliswaar minder mogelijkheden hebben om individuele bespuitingen te optimaliseren, maar juist door die omvang een groot rendement hebben van kleine verbeteringen! Een goed resultaat of een kleine doseringsverlaging op een groot areaal brengt zeker zoveel op dan een perfect resultaat of een hele lage dosering op een klein areaal.

 

 

Resultaten
 
Omdat Gewis zo'n breed toepassingsgebied heeft (alle bespuitingen in alle gewassen) kan nauwelijks op basis van onderzoek aangegeven worden wat precies de resultaten zijn. De belangrijkste constatering is dat er een snel groeiende groep telers is in allerlei sectoren die er naar tevredenheid mee werkt. Desgevraagd geven telers vooral de volgende zaken aan:

 

·          Gewis wordt gebruikt voor bevestiging en controle. Het is prettig je eigen gevoel en inschattingen terug te kunnen zien in de advisering, waardoor je meer zekerheid hebt bij wat je doet.

 

·          Er gaat een heel groot leereffect uit van het programma. Je wordt veel bewuster van de invloed van de weersomstandigheden en gaat die daardoor ook zelf beter in de gaten houden. Meer dan voorheen realiseer je dat er grote verschillen zijn tussen middelen, stoffen, formuleringen e.d.. Je leert de eigenschappen van middelen veel beter kennen.

 

·          Vaak voel je het zelf wel aan als de omstandigheden zo ideaal zijn dat doseringsverlaging mogelijk is. Toch ben je terughoudend om het ook echt te doen, want de bespuiting moet natuurlijk wel lukken. Als Gewis in zo'n situatie ook aangeeft dat het kan, helpt me dat over die drempel heen.

 

·          Gewis wordt niet alleen adviserend gebruikt voor nog uit te voeren bespuitingen, maar ook vaak terugkijkend naar al gedane bespuitingen. Juist hiervan kun je veel leren, als je een goed of slecht resultaat kunt koppelen aan de beoordeling van Gewis.

 

·          Het is niet altijd gemakkelijk de Gewis adviezen toe te passen in de praktijk. Meer inzicht kan het ook wel eens lastiger maken.

 

·          Een duidelijk gevolg van Gewis is het afstappen van vaste gewoonten. Door Gewis realiseer je dat bepaalde vuistregels (b.v. dat het beter is om 's avonds te spuiten) lang niet altijd opgaan en zeker niet voor alle middelen geldig zijn.

 

 

Verantwoording en beperkingen

 

Alle beschikbare informatie, kennis en ervaring uit binnen- en buitenland is zoveel mogelijk en naar eer en geweten verwerkt in het Gewis programma. Steeds meer wordt door het onderzoek, maar ook door fabrikanten meegewerkt aan de inhoud van Gewis. Helaas is het niet zo dat elke stof, laat staan elk middel, uitgebreid is onderzocht en getest. Per definitie kan de advisering dus niet perfect of 100% betrouwbaar zijn. Zie de uitkomsten van Gewis dan ook altijd als indicatie ter aanvulling van uw eigen inschattingen en vakmanschap.

 

Voor een groot gedeelte zijn de uitkomsten van Gewis afhankelijk van de weersgegevens die erin gaan. Enerzijds zijn dit de meetgegevens van het weerstation. Deze hoeven niet altijd volledig op uw situatie van toepassing te zijn. De afstand van uw bedrijf/perceel tot het weerstation speelt natuurlijk een rol. Verder hebben soort gewas, gewasstand, grondsoort, bodemvocht etc. allemaal invloed op het micro-klimaat. Bijvoorbeeld de luchttemperatuur in het gewas, de bodemtemperatuur en hoelang een gewas nat blijft. Uw gewas- en bodemsituatie zullen zelden exact hetzelfde zijn als die bij het weerstation.

 

Verder is de weersverwachting van grote invloed. Op een bepaald moment kan Gewis inschatten dat het morgenochtend ideaal wordt voor een bespuiting. Als de weersverwachting fout blijkt te zijn of net niet uitkomt, dan kan de andere ochtend de situatie helemaal anders zijn. Dit kan frustrerend zijn omdat u wellicht de bespuiting vandaag had kunnen doen, maar aan de hand van Gewis hebt besloten te wachten op de ideale voorspelling voor morgenochtend. Natuurlijk speelt deze wisselvalligheid van weer en weersvoorspelling een rol. Maar het is een denkfout om dit te zien als een probleem van Gewis. Zonder Gewis heeft u er namelijk juist nog meer mee te maken, alleen merkt u het minder omdat e.e.a. niet inzichtelijk is.

 

 


Bijlage          Procesbeschrijvingen

 

 

Hydratatie

 

Tijdens de hydratatie van het blad zwelt de cutinelaag (gelegen onder de waslaag) op als een spons. Dit gebeurt tijdens vochtige omstandigheden. Als de cutinelaag van een blad gezwollen is en als de poriën en scheuren in de waslaag vol vocht zitten, is een goede opname van systemische gewasbeschermingsmiddelen mogelijk. Tijdens droge omstandigheden krimpt de cutinelaag weer en opname wordt daardoor sterk geremd. Dit proces vindt plaats in de uren voor en kort na de toepassing van een middel.

 

Ideale omstandigheden

-          Hoge luchtvochtigheid

-          Neerslag

-          Vochtige toplaag bodem

 

Blad droog

 

Veel gewasbeschermingsmiddelen moeten korte tijd op de bladhuid hechten voor ze worden opgenomen. Hiervoor is een droog bladoppervlak nodig. Als de het oppervlak namelijk niet droog is (vrij vocht op de bladhuid), druipt de spuitvloeistof gemakkelijk van het blad af.

 

Ideale omstandigheden

-          Lage luchtvochtigheid

-          Wind

 

Waslaag

 

De bladhuid ontwikkelt zich tot een dikke wasachtige beschermlaag tijdens droog, schraal weer met vele zonnige perioden. De afzetting van was bovenop de bladhuid neemt in zo’n periode snel toe (afharding). Dit is van groot belang voor de opname van gewasbeschermingsmiddelen. Deze wordt namelijk bemoeilijkt tijdens perioden met veel wasafzetting. Tijdens perioden met donker, regenachtig weer (groeizaam weer) groeit het blad hard en wordt de eventuele waslaag snel dunner en gaat deze scheuren vertonen. De opname van gewasbeschermingsmiddelen is tijdens of kort na deze periode erg gemakkelijk. Het proces waslaagafzetting vindt plaats in de dagen voor de toepassing van een middel.

 

Ideale omstandigheden

-          Bewolkt weer

-          Vochtige toplaag bodem

-          Hoge luchtvochtigheid

-          Neerslag

 

Aandrogen op blad

 

Gewasbeschermingsmiddelen met een contactwerking moeten aandrogen. Na het toepassen van het middel moet het enige tijd drogend weer zijn, zodat de spuitvloeistof kan verdampen. Neerslag voordat de spuitvloeistof verdampt is, is funest voor de (duur)werking van deze middelen. De duur van dit proces is afhankelijk van de snelheid waarmee de vloeistof opdroogt.

 

Ideale omstandigheden

-          Geen neerslag binnen de aandroogtijd

 

Fotosynthese

 

Herbiciden die de fotosynthese remmen, grijpen in de fotosyntheseprocessen van de plant in en verrichten daar hun dodende werking. Veel zonlicht en goede groeiomstandigheden in de dagen na toepassing van een middel resulteren in een hoge fotosynthese-snelheid, zodat het middel goed en snel kan werken.

 

Ideale omstandigheden

-          Veel zonnestraling

-          Gematigde temperatuur

-          Gematigde luchtvochtigheid

 


Kiem- en celdeling

 

Herbiciden die ingrijpen op kieming en wortelgroei, werken beter naarmate de (onkruid)wortels in de bodem sneller groeien of de (onkruid)zaden sneller kiemen. Deze herbiciden hebben in de dagen na toepassing van het middel een hoge bodemvochtigheid en een hogere bodemtemperatuur nodig voor optimale werking.

 

Ideale omstandigheden

-          Zonnig weer

-          Neerslag

-          Niet te lage bodemtemperatuur

-          Vochtige toplaag bodem

 

Niet-pyrethroide

 

De meeste insecticiden (niet-pyrethroiden) werken beter naarmate de temperatuur de uren rond de toepassing, hoger is. Dit wordt veroorzaakt door een betere chemische werking en/of een hogere activiteit van de insecten. Voor alle insecticiden geldt dat teveel of intensieve neerslag kort na toepassing de werking sterk vermindert.

 

Ideale omstandigheden

-          Bewolkt in de uren na spuiten

-          Hoge luchttemperatuur in het gewas

-          Geen regen kort na spuiten

 

Pyrethroide

 

De synthetische pyrethroïden werken beter als de temperaturen lager zijn. Ook bij deze middelen geldt dat teveel of intensieve neerslag kort na toepassing de werking sterk vermindert.

 

Ideale omstandigheden

-          Bewolkt in de uren na spuiten

-          Gematigde luchttemperatuur in het gewas

-          Geen regen kort na spuiten

 

Groei

 

Herbiciden die op de groei ingrijpen, zorgen er meestal voor dat de hormoon- en enzymhuishouding van de plant wordt verstoord. Hoe sneller de groei van de planten, hoe beter deze middelen hun dodende werking kunnen uitoefenen. Bovendien is het voor deze middelen van belang dat het na de toepassing geen helder zonnig en schraal weer is.

 

Ideale omstandigheden

-          Bewolkt weer

-          Hoge luchtvochtigheid

-          Goed vochtige bouwvoor

-          Gematigde temperatuur

 

Transport in de plant

 

Dit proces is van belang voor de systemische fungiciden: na opname dient het middel verspreid te worden binnen de plant. Vlotte opname en snel transport in de plant worden bevorderd door groeizaam weer kort na toepassen.

 

Ideale omstandigheden

-          Neerslag

-          Hoge luchtvochtigheid

-          Gematigde temperatuur

-          Goed vochtige bouwvoor

 


Ademhaling

 

Herbiciden die de ademhaling van de plant remmen, grijpen in de ademhalingprocessen van de plant in en verrichten daar hun dodende werking. Veel zonlicht en goede groeiomstandigheden zorgen voor intensieve ademhaling, en daarmee voor een goede, snelle werking van de middelen. Voor wat betreft de benodigde weersomstandigheden vertoont dit proces veel gelijkenis met het proces fotosynthese.

 

Ideale omstandigheden

-          Veel zonlicht

-          Geen of weinig regen

-          Gematigde temperatuur

-          Gematigde luchtvochtigheid

 

Opname in blad

 

Gewasbeschermingsmiddelen die in de plant moeten worden opgenomen en op polaire (waterachtige) basis zijn geformuleerd, hebben enige tijd vochtige omstandigheden nodig na toepassen. Tijdens deze vochtige omstandigheden vindt er een goede opname plaats. Droogt de spuitvloeistof té snel op, dan wordt er onvoldoende van het middel door het blad opgenomen en valt de werking van het middel (sterk) tegen. Herbevochtiging na opdrogen van de vloeistof kan dit niet verhelpen, omdat de chemische structuur van het gewasbeschermingsmiddel na opdrogen vaak verandert. De duur van dit proces is afhankelijk van de snelheid waarmee de draagvloeistof (vooral water) verdampt. Het vindt plaats in de eerste uren na toepassing van het middel.

 

Ideale omstandigheden

-          Niet te snel opdrogen spuitvloeistof

-          Hoge luchtvochtigheid

-          Vochtige toplaag bodem

-          Geen regen direkt na spuiten

 

Bodemoppervlak droog

 

Na toepassen is het voor een aantal bodemherbiciden (voor een betere werking) van belang dat het een aantal uren droog blijft, om een betere horizontale verspreiding in de toplaag te krijgen. Andere bodemmiddelen daarentegen prefereren neerslag tijdens of meteen na het toepassen. Dit proces verloopt gedurende de eerste uren na toepassing van een middel.

 

Ideale omstandigheden

-          Geen neerslag

-          Vochtige toplaag bodem

 

Transport naar wortel

 

Bodemherbiciden hebben na toepassing enige neerslag nodig om van het grondoppervlak waarop ze terecht zijn gekomen, door te dringen naar lagen waar de wortels of de zaden van het onkruid zich bevindt. De werkzame stof wordt samen met bodemvocht door de wortels opgenomen. Dit proces vindt plaats in de dagen na toepassing van een middel met bodemwerking.

 

Ideale omstandigheden

-          Neerslag

-          Vochtige toplaag bodem

 

Uitspoeling

 

Sommige gewassen zijn gevoelig voor bepaalde bodemherbiciden als de toepassing van deze herbiciden gevolgd wordt door een intensieve regenperiode binnen 6 uur na toepassing. De middelen spoelen dan te diep uit, waardoor ze direkt of later een gevaar vormen voor het cultuurgewas.

 

Ideale omstandigheden

-          Geen of weinig neerslag na spuiten

 

 

 


Vetzuursynthese

 

Een aantal herbiciden ontlenen hun werking aan de remming van de aanmaak van vetzuren. Vetten (lipiden) zijn belangrijke bestanddelen van celmembramen. Een plant gaat dood als de functie van de celmembramen verandert of als er geen vetten meer aangemaakt kunnen worden. Alle moderne grassenbestrijders werken via dit principe. Dit proces vereist groeizame omstandigheden in de dagen na toepassing van het middel.

 

Ideale omstandigheden

-          Niet teveel straling, maar ook niet al te somber

-          Neerslag

-          Gematigde temperatuur

-          Vrij hoge luchtvochtigheid

 

Hechten op blad

 

Vooral voor contactfungiciden is een goede hechting van het middel belangrijk. Nadat de spuitvloeistof (het water) is verdampt, vindt de hechting plaats op het bladoppervlak. In deze fase is droog en scherp weer ideaal.

 

Ideale omstandigheden

-          Wind

-          Lage luchtvochtigheid

-          Veel zonnestraling

 

Gewasschade

 

Tijdens erg schrale perioden (vooral in het voorjaar) met grote temperatuurschommelingen tussen dag en nacht kan het cultuurgewas schade oplopen, doordat het niet genoeg energie heeft om het opgenomen middel af te breken. In die situaties blokkeert de afbraak en ondervindt het gewas schade.

 

Ideale omstandigheden

-          Verschil dag-nacht temperatuur niet hoger dan ca. 12 graden

-          Minimum luchtvochtigheid overdag niet al te laag

 

Waslaag uien

 

Voor de toepassing van bepaalde contactherbiciden in uien (Actril, Basagran) is het juist van belang dat er een behoorlijke waslaag is. Weliswaar hebben de onkruiden dan ook een waslaag en zullen moeilijker bestreden worden, maar voldoende afharding van de uien is nodig omdat er anders teveel kans is op schade. De bladhuid ontwikkelt zich tot een dikke wasachtige beschermlaag tijdens droog, schraal weer met vele zonnige perioden. De afzetting van was bovenop de bladhuid neemt in zo’n periode snel toe (afharding).

 

Ideale omstandigheden

-          Veel zonlicht

-          Droge toplaag bodem

-          Lage luchtvochtigheid

-          Geen neerslag

 

Hydratie uien

 

Voor de toepassing van bepaalde contactherbiciden in uien (Actril, Basagran) is het juist van belang dat de hydratie niet al te goed is. Weliswaar geldt dit dan ook voor de onkruiden en zal de bestrijding daarvan wat moeilijker zijn, maar anders is er teveel kans op schade aan de uien. Tijdens de hydratie van het blad zwelt de cutinelaag (gelegen onder de waslaag) op als een spons. Dit gebeurt tijdens vochtige omstandigheden (hoge RV, vocht op het blad). Tijdens droge omstandigheden krimpt de cutinelaag weer en wordt de opname sterk geremd.

 

Ideale omstandigheden

-          Lage luchtvochtigheid

-          Geen neerslag

-          Droge toplaag bodem

 


Dampwerking

 

De werkzame stof pirimicarb (Pirimor) verkrijgt zijn goede werking tijdens de dampfase. De damp van het produkt grijpt bij insecten aan op het zenuwstelsel en geeft zo een snel dodend effekt. Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat de damp van het produkt voor een korte tijd in het gewas blijft hangen. Daarvoor is het belangrijk dat er nauwelijks wind staat tijdens en kort na de toepassing.

 

Ideale omstandigheden

-          Windstil weer

 

ALS remming

 

ALS-remmers zijn o.a. Ally, Safari en Titus. Goede groeiomstandigheden zorgen niet alleen voor een snelle opname, maar ook voor een snelle werking van herbiciden die via dit proces werken. Over het algemeen zorgen omstandigheden die goed zijn voor de groei, ook voor een goede opname en verdeling van het herbicide. Als de planten in een stress-situatie verkeren, verhindert dit de opname van ALS-remmer herbiciden en kunnen deze herbiciden gewasschade veroorzaken.

 

Ideale omstandigheden

-          Gematigde temperatuur

-          Niet te lage bodemtemperatuur

-          Zonnig weer